
Na een gezellig ontbijt, samen met an der fietsers, gaan we weer op weg. Er is regen voorspeld en inderdaad rijden we vandaag in een vervelend soort regenvlagen, met tegenwind. Dat is voor het eerst deze tocht (later blijkt dat ook voor het laatst te zijn) en nu weten we ook weer, dat we het niet echt prettig vinden. Overigens – en dat herinneren we ons ook weer – blijkt dat we eigenlijk snel weer opdrogen wanneer de regen ophoudt. Dat is het geval in Chaam, waar we koffiedrinken. En na een lunch in Rucphen arriveren we ruim op tijd in Roosendaal, bij hotel The Rosendale.

Als we dan de stad in wandelen is onze eerste indruk niet overweldigend positief: nogal veel lege winkelpanden, de hele omgeving voelt armoedig aan. Maar plotseling staan we in een winkelgalerij in het centrum, de ‘Passage’, in een zeer Italiaanse, zelfs Venetiaanse omgeving. De uitdrukking ‘Dit slaat als een tang op een varken’ komt bij ons op, net als het woord ‘Fremdkörper’. Maar we vinden het even plotseling wel heel prachtig.

Dit winkelcentrum, dateert uit de jaren 80 en bevat natuurstenen vloeren met mozaïeken, een grote lichtkoepel (zie hierboven) en een heus ‘orkest’ dat in principe ieder kwartier zou spelen. Dat is ons ontgaan, maar de ruimte waar dit zou gebeuren is in elk geval heel opmerkelijk.

Verder valt in het centrum het enorme plein op, aan de rand waarvan zich winkels verschuilen. Hier merk je eigenlijk nog steeds het resultaat van de zware bombardementen, waar Roosendaal in de laatste oorlog onder geleden heeft.
‘s Avonds, op weg naar een eetgelegenheid, stuiten we op de ‘Draai van de Kaai’, een wielerwedstrijd waarin zo te zien fanatiek rondjes worden gereden. Met een enthousiast publiek wordt Roosendaal zo toch nog een beetje gezellig.